|
Centra voor volwassenenonderwijs - Uitbreiding onderwijsbevoegdheid Schriftelijke vraag N ° 242 aan viceminister-president Frank Vandenbroucke / 19-03-2009 Vraag : In artikel 64 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs wordt de procedure beschreven die centra voor volwassenenonderwijs (CVO) moeten volgen als zij onderwijsbevoegdheid willen aanvragen voor een nieuwe opleiding. De CVO's moeten de onderwijsbevoegdheid aanvragen bij de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs waarbij het centrum is aangesloten (Art 64 §1) of, voor een specifieke reeks opleidingen, rechtstreeks bij de Vlaamse Regering (Art 64§2). De algemene vergadering van het consortium kan bij consensus een positief advies verlenen aan deze aanvraag, wat binnen de dertig kalenderdagen dient bekendgemaakt te worden aan de Vlaamse Regering. Als de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs bij meerderheid een positief advies verleent aan de aanvraag, kan het centrumbestuur de onderwijsbevoegdheid aanvragen bij de Vlaamse Regering. Het advies uitgebracht door de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs geldt dan als advies aan de Vlaamse Regering. Het bestuur van een CVO dat van de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs een negatief advies heeft verkregen, kan rechtstreeks bij de Vlaamse Regering onderwijsbevoegdheid aanvragen. Ook hier geldt het advies van het consortium als advies aan de Vlaamse Regering (Art 64 §3). De Vlaamse Regering zal zich bij haar beslissing omtrent het toekennen van onderwijsbevoegdheid aan een CVO baseren op het opleidingsplan van het betrokken consortium én het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Art 64§4). 1. Hoe evalueert de minister op basis van de tot op heden ingediende dossiers, deze procedure rond de uitbreiding van de onderwijsbevoegdheid van de centra voor volwassenenonderwijs zoals vastgelegd in artikel 64 van de decreet volwassenenonderwijs? 2. Hoeveel dossiers "uitbreiding van onderwijsbevoegdheid" zijn er sinds de ingang van het nieuwe dossier via de consortia gepasseerd? Hoeveel dossiers kregen een positief advies? Hoeveel dossiers kregen een negatief advies van de consortia? 3. Hoeveel van de dossiers die een negatief advies kregen van de algemene vergadering van het consortium volwassenenonderwijs werden rechtstreeks voorgelegd aan de Vlaamse Regering? Welke afwegingen hanteert de Vlaamse Regering voor deze dossiers die eerst een negatief advies kregen van het consortium? 4. In welke mate bieden de opleidingsplannen van de consortia toegevoegde waarde bij de beoordeling van de aanvraagdossiers van de CVO's? Antwoord : 1. Vooreerst wil ik verduidelijken dat de nieuwe procedure tot uitbreiding van onderwijsbevoegdheid van de Centra voor Volwassenenonderwijs nog maar van kracht is sinds 1 september 2008. Tijdens het schooljaar 2007-2008 gold immers een overgangsmaatregel waarbij alle aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid van CVO's rechtstreeks aan de Vlaamse Regering dienden te worden bezorgd. Bijgevolg is het nogal vroeg om de nieuwe procedure uitgebreid te evalueren of daaruit al vergaande conclusies te trekken. Zoals de Vlaamse volksvertegenwoordiger in haar vraag aangeeft bestaan er verschillende wegen om als CVO bijkomende onderwijsbevoegdheid te verkrijgen. In sommige gevallen kan het consortium volwassenenonderwijs dat autonoom beslissen, in andere gevallen dient er een aanvraag te gebeuren via de Vlaamse regering. In dat laatste geval zijn er twee tijdstippen bepaald waartegen de inrichtende machten hun aanvraag moeten indienen, met name 30 september (eerste programmatieronde) of 31 januari (tweede programmatieronde). 2. Hierna volgt een kort overzicht van de aanvragen tot uitbreiding van onderwijsbevoegdheid die er sinds 1 september 2008 geweest zijn. Er zijn tot nu toe 66 aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid voor een opleiding toegekend na een positief advies bij consensus door het consortium volwassenenonderwijs. Voor de aanvragen die verlopen via de Vlaamse regering wil ik een onderscheid maken tussen de eerste programmatieronde met indieningsdatum 30 september en de tweede met indieningsdatum 31 januari. Voor de eerste programmatieronde werden volgende dossiers ingediend: - 27 dossiers voor opleidingen die sowieso altijd via de Vlaamse Regering moeten aangevraagd worden. Al deze aanvragen kregen een positief advies van het consortium volwassenenonderwijs, waarvan 25 bij consensus en 2 bij meerderheid. De Vlaamse regering heeft in al deze dossiers de onderwijsbevoegdheid toegekend. - 2 dossiers kregen een negatief advies van het consortium volwassenenonderwijs. In beide gevallen werd de aanvraag niet meer bij de Vlaamse Regering ingediend en werd de onderwijsbevoegdheid bijgevolg niet toegekend. De tweede programmatieronde is momenteel nog lopende. Volgende dossiers tot uitbreiding van onderwijsbevoegdheid werden bij de Vlaamse regering ingediend: - 6 dossiers waarbij geen consensus op consortiumniveau werd bereikt, maar wel een positief advies bij meerderheid. - 51 dossiers voor opleidingen die sowieso altijd via de Vlaamse Regering moeten aangevraagd worden. Van die aanvragen hebben we momenteel nog niet alle adviezen binnen. Op dit ogenblik hebben de consortia volwassenenonderwijs reeds over 12 aanvragen een positief advies bij consensus verstrekt en over 1 aanvraag een positief advies bij meerderheid. 21 van deze aanvragen zijn zonder voorwerp omdat er nog geen opleidingsprofiel is goedgekeurd voor de aangevraagde opleidingen. - 6 aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid werden negatief geadviseerd door het consortium volwassenenonderwijs. Deze aanvragen werden ter advies aan de VLOR voorgelegd. 3. Dus tot nu toe kregen 8 aanvragen tot uitbreiding van onderwijsbevoegdheid een negatief advies van het consortium volwassenenonderwijs. In 6 gevallen werd een nieuwe aanvraag ingediend bij de Vlaamse Regering, maar is de beslissing nog niet genomen. 4. Zoals ik reeds gesteld heb is het nog te vroeg om al uitgebreid conclusies te trekken m.b.t. deze nieuwe programmatieprocedure. Maar uit de praktijk blijkt dat de centrumbesturen er in slagen om in onderling overleg en binnen de consortia volwassenenonderwijs duidelijke afspraken te maken over de uitbreiding van hun onderwijsbevoegdheid in functie van de opleidingsbehoeften in het werkingsgebied van het desbetreffende consortium volwassenenonderwijs. Ik ben dus positief over de ontwikkelingen die zich momenteel voordoen. Momenteel beschikken de consortia nog niet over hun opleidingsplan. Ik verwijs daarvoor naar mijn antwoord op schriftelijke vraag nr. 243 van 19 maart 2009, dus daar ga ik er nu niet al te diep op in. Maar het is duidelijk dat deze opleidingsplannen in de toekomst voor een meer duidelijk kader zullen zorgen om aanvragen tot uitbreiding van onderwijsbevoegdheid te beoordelen. In afwachting van het opleidingsplan heeft elk consortium volwassenenonderwijs voor zichzelf wel duidelijke criteria bepaald op basis waarvan het advies over aanvragen voor bijkomende onderwijsbevoegdheid kan worden verstrekt.
|